De huizenprijzen zijn in maart verder opgelopen. Koopwoningen zijn nu al twaalf maanden achter elkaar duurder ten opzichte van een jaar eerder. Dat maakten het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster dinsdag bekend.

De huizenprijzen lagen vorige maand 2,7 procent hoger, vergeleken met dezelfde maand vorig jaar. Het gemiddelde verkoopbedrag bedroeg 225.024 euro. Daarmee liggen de prijzen ongeveer op het zelfde niveau als in augustus 2003, maar nog altijd ruim 18 procent onder de piek van augustus 2008.

De woningmarkt lijkt de weg omhoog weer gevonden te hebben. Het CBS en het Kadaster registreerden in maart 13.393 verkochte woningen, bijna 34 procent meer dan een jaar terug. In het hele eerste kwartaal van dit jaar zijn ruim 19 procent meer huizen van eigenaar verwisseld.

Wat opvalt is dat de vraagprijs en de verkoopprijs van huizen nu steeds dichter bij elkaar liggen. De vraagprijzen lopen nog altijd licht terug, terwijl de verkoopprijzen sinds de zomer van 2013 vrijwel onafgebroken stijgen. Afgelopen kwartaal lagen de vraagprijzen gemiddeld 1,4 procent lager dan in dezelfde periode vorig jaar.

Door een verschil in peilmomenten verschillen de woningmarktcijfers van de NVM met die van CBS/Kadaster. Het Kadaster registreert de transacties van een bestaande koopwoning op het moment van transport bij de notaris (eigendomsoverdracht). De NVM registreert de verkoop van een zelfde woning op het moment dat de koopovereenkomst wordt ondertekend. In de praktijk blijkt dat de periode tussen ondertekening van de overeenkomst bij de NVM-makelaar en het transporteren van de woning bij de notaris 2,5 tot 3 maanden is.