In maart zijn er flink meer woningen overgegaan naar een nieuwe eigenaar. Het Kadaster registreerde in totaal 13.393 verkochte woningen.

Ten opzichte van maart vorig jaar is dat een stijging van 33,6 procent. In vergelijking met de voorgaande maand februari komt er een plus van 14,5 procent uit de bus. Dat maakte het Kadaster vrijdag bekend.

Van alle woningtypen werden er meer verkocht dan een jaar geleden. Bij vrijstaande woningen is de stijging met ruim 37 procent het grootst.

De kleinste stijging betreft de twee-onder-een-kap woningen met 13,2 procent. Ook ten opzichte van de vorige maand lieten alle woningtypen een stijging zien.

In alle provincies werden in maart op jaarbasis meer woningen verkocht, behalve in Zeeland (min 1,1 procent). De woningverkoop steeg het sterkst in Drenthe (plus 48,5 procent). Ten opzichte van februari liet Utrecht (plus 22,8 procent) de grootste stijging zien en was Zeeland de enige provincie waar de huizenverkoop daalde (min 6 procent).

Het aantal geregistreerde hypotheken steeg in maart met 26,1 procent ten opzichte van een jaar geleden tot 19.396. Vergeleken met februari bedraagt de stijging 12,6 procent.

Het aantal executieveilingen steeg op jaarbasis fors, met bijna 46 procent tot 229. Op deze veilingen worden huizen verkocht, waarvan de bewoner niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Ze vinden plaats in opdracht van de hypotheekverstrekker, meestal een bank.

Door een verschil in peilmomenten verschillen de woningmarktcijfers van de NVM met die van CBS/Kadaster. Het Kadaster registreert de transacties van een bestaande koopwoning op het moment van transport bij de notaris (eigendomsoverdracht). De NVM registreert de verkoop van een zelfde woning op het moment dat de koopovereenkomst wordt ondertekend. In de praktijk blijkt dat de periode tussen ondertekening van de overeenkomst bij de NVM-makelaar en het transporteren van de woning bij de notaris 2,5 tot 3 maanden is.